Gemoedsgesteldheid

Wat ook verand’re of verkeer’,
God heeft een vaste tijd gezet
aan dag en jaar, aan zon en maan,
zodat zij op en onder gaan
naar Zijn gestelde wet.

Toch hoor ik vaak de stille klacht:
“Wat gaat de tijd toch snel voorbij!”
Want uur en dag en maand en jaar
vervliegen of het schaduw waar’.
Wat toch de oorzaak zij?

De oorzaak dier vermeende klacht
vloeit niet uit vreugde of verdriet,
maar uit de stemming van ’t gemoed,
waarin vaak stille vreze woedt
voor ’t naderend verschiet.

Wanneer wij aan de ingang staan
van ’t leven, dat zoveel ons biedt,
waarin het alles roept om vreugd,
zodat de jonkheid zich verheugt,
dan deert de toekomst niet.

Maar heel de schepping doet ons zien
een komen en een henengaan,
en dat de tijd, die God ons geeft,
op ’t midden hare hoogte heeft,
om daarna af te gaan.

Dan, als bij ’s levens schemering
’t gemoed herdenkt het gans verleên,
zucht ’t hart, dat buiten God nog leeft,
en nog voor dood en oordeel beeft:
“Wat vliegt de tijd toch heen!”

Maar ’t kind van God beklaagt zich niet
bij ’t vlieden van de levenstijd.
Hij vond aan Jezus voeten rust
en staart nu op de zaal’ge kust,
door God hem toebereid.

Welzalig hij, die leert verstaan,
waartoe dat God hem ’t leven gaf.
De Heer geleidt hem aan Zijn hand
door ’t aardse heen – naar ’t Vaderland,
tot aan – tot over ’t graf.

Anoniem

(Visited 3 times, 1 visits today)
Updated: 11/04/2017 — 17:11

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

In de hemel is wél bier ! © 2014 Frontier Theme