Commentaar op mijn haar

Hoofdbedekking, langhaar.

1-Corinthiers 11

Langharige mannen

Langharige mannen blijven niet buiten schot in dit ernstige onderwijs (1Ko.11:16). Hoewel opmerkingen over deze zaak bij velen niet welkom zijn, zijn ze terdege op hun plaats. Vers 14 leert, dat het tegen Gods orde ingaat als een man lang haar draagt. Zoals er heidenen zijn die – hoewel ze de wet van God niet bezitten! – ‘van nature’ doen wat de wet zegt en daarmee tonen dat (weliswaar niet de wet maar wel) het werk van de wet in hun harten geschreven staat…, zo kunnen ook gelovigen van nature, zonder het onderwijs uit 1Ko.11, reeds weten dat het een schande voor de man is, wanneer hij lang haar draagt.

Lees verder

Móét die hoed? (1Kor.11) Voor uit genade levende gelovigen is de bedekking (de wet) weggenomen. Dat Joodse mannen het hoofd dekken, drukt uit dat zij aan die vrijheid geen deel (willen) hebben en onder het juk blijven. Mannen die Christus kennen, behoren dat religieuze voorbeeld niet te volgen in de samenkomsten. Voor de vrouw ligt dat genuanceerder. In gehuwde staat, verkeert zij onder de ‘wet des mans.’ In Paulus’ tijd was haar hoed een uiterlijk teken van die verhouding, ook buiten de samenkomst. Ook haar doorgaans langere haar duidt daar op. Zoals Christus het hoofd is van Zijn Gemeente, is de man dat van zijn vrouw. De uiterlijke aanduiding daarvan in kleding is en was cultuurgebonden. Waar het in onze dagen niet onbetamelijk is voor de vrouw geen hoed te dragen, hoeft zij dat ook niet in de Gemeente te doen. Het gaat er om dat zij haar eigen man dient, zoals iedere gelovige zijn Heer. En gemeenschap met Hem verdraagt geen bedekking. ‘Wanneer het hart tot de Heere bekeerd zal zijn, wordt het deksel weggenomen.’

(Visited 4 times, 1 visits today)
Updated: 05/05/2017 — 13:47

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

In de hemel is wél bier ! © 2014 Frontier Theme