Markus 12

De boze wijngaardeniers.

Mark 12:1 En a Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens b plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buiten ’s lands.

a: Matt 21:33 Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten [’s lands].
Luk 20:9 En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buiten ’s lands.

b: Ps 80:9 Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de heidenen verdreven, en hebt denzelven geplant;
Jes 5:1 Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel.
Jer 2:21 Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd [in] verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?
Jer 12:10 Veel herders hebben Mijn wijngaard verdorven, zij hebben Mijn akker vertreden; zij hebben Mijn gewensten akker gesteld tot een woeste wildernis.

Mark 12:2 En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.
Mark 12:3 Maar zij namen en sloegen hem, en zonden [hem] ledig heen.
Mark 12:4 En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden [hem] henen, schandelijk behandeld zijnde.
Mark 12:5 En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, [waarvan] zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.
Mark 12:6 Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.
Mark 12:7 Maar die landlieden zeiden onder elkander: c Deze is de erfgenaam; d komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.

c: Ps 2:8 Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde [tot] Uw bezitting.

d: Gen 37:18 En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.
Matt 26:3 Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;
Joh 11:53 Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.

Mark 12:8 En zij namen en doodden hem, en wierpen [hem] uit, buiten den wijngaard.
Mark 12:9 Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.
Mark 12:10 Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De e Steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;

e: Ps 118:22 De steen, [dien] de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.
Jes 28:16 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.
Matt 21:42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Luk 20:17 Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden?
Hand 4:11 Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
Rom 9:33 Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.
1Petr 2:6 Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren [en] dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Mark 12:11 Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Mark 12:12 En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.

De belasting aan den keizer.

Mark 12:13 f En zij zonden tot Hem enigen der Farize�n en der Herodianen, opdat zij Hem in [Zijn] rede vangen zouden.

f: Matt 22:15 Toen gingen de Farize�n heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in [Zijn] rede.
Luk 20:20 En zij namen [Hem] waar, en zonden verspieders uit, die zichzelven veinsden rechtvaardig te zijn; opdat zij Hem in [Zijn] rede vangen mochten, om Hem aan de heerschappij en de macht des stadhouders over te leveren.

Mark 12:14 Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet?
Mark 12:15 (12:14) Zullen wij geven, of niet geven? (12:15) En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik [hem] zie.
Mark 12:16 En zij brachten [een]. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? en zij zeiden tot Hem: Des keizers.
Mark 12:17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: g Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.

g: Matt 17:25 Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?
Matt 22:21 Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
Rom 13:7 Zo geeft dan een iegelijk, wat gij schuldig zijt; schatting, dien gij de schatting, tol, dien gij den tol, vreze, dien gij de vreze, eer, dien gij de eer [schuldig zijt].

De sadducee�n en de opstanding.

Mark 12:18 h En de Sadduce�n kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:

h: Matt 22:23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduce�n, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.
Luk 20:27 En tot Hem kwamen sommigen der Sadduce�n, welke tegensprekende [zeggen], dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,
Hand 23:8 Want de Sadduce�n zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farize�n belijden het beide.

Mark 12:19 i Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.

i: Deut 25:5 Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan, en nemen haar zich ter vrouwe, en doen haar den plicht van eens mans broeder.
Deut 25:6 En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Isra�l.

Mark 12:20 Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.
Mark 12:21 De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.
Mark 12:22 En [al] de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.
Mark 12:23 In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.
Mark 12:24 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?
Mark 12:25 Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn k gelijk engelen, die in de hemelen [zijn].

k: Matt 22:30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.
1Joh 3:2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als [Hij] zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

Mark 12:26 Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: l Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs?

l: Ex 3:6 Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien.
Matt 22:31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:
Matt 22:32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.
Hand 7:32 [Zeggende]: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde [het] niet bezien.
Hebr 11:16 Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.

Mark 12:27 God is niet een [God] der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.

Het eerste gebod.

Mark 12:28 m En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, [en] wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle?

m: Matt 22:34 En de Farize�n, gehoord hebbende, dat Hij den Sadduce�n den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd.
Luk 10:25 En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven be�rven?

Mark 12:29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: n Hoor, Isra�l! de Heere, onze God, is een enig Heere.

n: Deut 6:4 Hoor, Isra�l! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
Deut 10:12 Nu dan, Isra�l! wat eist de HEERE, uw God van u dan den HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en den HEERE, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;
Luk 10:27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.

Mark 12:30 En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
Mark 12:31 En het tweede [aan dit] gelijk, [is] dit: o Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.

o: Lev 19:18 Gij zult niet wreken, noch [toorn] behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!
Matt 22:39 En het tweede aan dit gelijk, [is]: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
Rom 13:9 Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, [namelijk] in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.
Gal 5:14 Want de gehele wet wordt in ��n woord vervuld, [namelijk] in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven.
Jak 2:8 Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;

Mark 12:32 En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij;
Mark 12:33 En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.
Mark 12:34 En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.

Christus Davids Zoon en Heere.

Mark 12:35 p En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?

p: Matt 22:41 Als nu de Farize�n samenvergaderd waren, vraagde hun Jezus,
Luk 20:41 En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is?

Mark 12:36 Want q David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

q: Ps 110:1 Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Hand 2:34 Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand].
1Kor 15:25 Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.
Hebr 1:13 En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter [hand], totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?
Hebr 10:13 Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.

Mark 12:37 David dan zelf noemt Hem [zijn] Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.

Geveinsdheid der schriftgeleerden.

Mark 12:38 r En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;

r: Matt 23:5 En al hun werken doen zij, om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot.
Matt 23:6 En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen;
Luk 11:43 Wee u, Farize�n, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten.
Luk 20:46 Wacht u van de Schriftgeleerden, die daar willen wandelen in lange klederen, en beminnen de groetingen op de markten, en de voorgestoelten in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;

Mark 12:39 En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;
Mark 12:40 s Welke de huizen der weduwen opeten, en [dat] onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.

s: Matt 23:14 Wee u, gij Schriftgeleerden en Farize�n, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en [dat] onder den schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen.
Luk 20:47 Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.
2Tim 3:6 Want van dezen zijn het, die in de huizen insluipen, en nemen de vrouwkens gevangen, die met zonden geladen zijn, en door menigerlei begeerlijkheden gedreven worden;
Tit 1:11 Welken men moet den mond stoppen, die gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewins wil.

Het penningsken der weduwe.

Mark 12:41 t En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in v de schatkist; en vele rijken wierpen veel [daarin].

t: Luk 21:1 En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen.

v: 2Kon 12:9 Maar de priester J�jada nam een kist, en boorde een gat in haar deksel, en zette die bij het altaar ter rechterhand, als iemand inkwam in het huis des HEEREN; en de priesters, die den dorpel bewaarden, staken daarin al het geld, dat ten huize des HEEREN gebracht werd.

Mark 12:42 En er kwam een arme weduwe, die twee kleine [penningen daarin] wierp, hetwelk is een oort.
Mark 12:43 En [Jezus], Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat x deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben.

x: 2Kor 8:12 Want indien te voren de volvaardigheid des gemoeds daar is, zo is iemand aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft.

Mark 12:44 Want zij allen hebben van hun overvloed [daarin] geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, [daarin] geworpen, haar gansen leeftocht.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Updated: 01/09/2017 — 20:01

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

In de hemel is wél bier ! © 2014 Frontier Theme