Markus 2

De genezing van een geraakte.

Mark 2:1 En a na [sommige] dagen is Hij wederom binnen Kap�rna�m gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.

a: Matt 9:1 En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad.
Luk 5:17 En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en [er] zaten Farize�n en leraars der wet, die van alle vlekken van Galil�a, en Jud�a, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was [er] om hen te genezen.

Mark 2:2 En terstond vergaderden [daar] velen, alzo dat ook zelfs de [plaatsen] omtrent de deur [hen] niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
Mark 2:3 b En er kwamen [sommigen] tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.

b: Matt 9:1 En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad.
Luk 5:18 En ziet, [enige] mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was, en zochten hem in te brengen, en voor Hem te leggen.

Mark 2:4 En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en [dat] opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
Mark 2:5 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Mark 2:6 En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
Mark 2:7 Wat spreekt Deze aldus [gods] lasteringen? c Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?

c: Ps 32:5 Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.
Ps 51:3 Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.
Jes 43:25 Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet.

Mark 2:8 En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
Mark 2:9 Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
Mark 2:10 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
Mark 2:11 Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
Mark 2:12 En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

De roeping van Levi.

Mark 2:13 d En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.

d: Matt 9:9 En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matth��s; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
Luk 5:27 En na dezen ging Hij uit, en zag een tollenaar, met name Levi, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij.

Mark 2:14 En voorbijgaande zag Hij Levi, [den zoon] van Alf��s zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
Mark 2:15 En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
Mark 2:16 En de Schriftgeleerden en de Farize�n, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat [is het], dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
Mark 2:17 En Jezus, [dat] horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. e Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

e: Matt 9:13 Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
Matt 21:31 Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.
Luk 5:32 Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering.
Luk 19:10 Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
1Tim 1:15 Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.

Het vasten.

Mark 2:18 f En de discipelen van Johannes en der Farize�n vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farize�n, en Uw discipelen vasten niet?

f: Matt 9:14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farize�n veel, en Uw discipelen vasten niet?
Luk 5:33 En zij zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook [de discipelen] der Farize�n, maar de Uwe eten en drinken?

Mark 2:19 En Jezus zeide tot hen: g Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.

g: Jes 62:5 Want [gelijk] een jongeling een jonkvrouw trouwt, [alzo] zullen uw kinderen u trouwen; en [gelijk] de bruidegom vrolijk is over de bruid, [alzo] zal uw God over u vrolijk zijn.
2Kor 11:2 Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om [u als] een reine maagd aan een man voor te stellen, [namelijk] aan Christus.

Mark 2:20 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.
Mark 2:21 En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap [iets] af van het oude [kleed], en er wordt een ergere scheur.
Mark 2:22 h En niemand doet nieuwen wijn in oude [lederzakken]; anders doet de nieuwe wijn de [leder] zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de [leder] zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe [leder] zakken doen.

h: Matt 9:17 Noch doet men nieuwen wijn in oude [leder] zakken; anders zo bersten de [leder] zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de [leder] zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe [leder] zakken, en beide te zamen worden behouden.

Het aren plukken op den sabbat.

Mark 2:23 i En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.

i: Deut 23:25 Wanneer gij zult gaan in uws naasten staande koren, zo zult gij de aren met uw hand afplukken; maar de sikkel zult gij aan uws naasten staande koren niet bewegen.
Matt 12:1 In dien tijd ging Jezus, op een sabbatdag, door het gezaaide, en Zijn discipelen hadden honger, en begonnen aren te plukken, en te eten.
Luk 6:1 En het geschiedde op den tweeden eersten sabbat, dat Hij door het gezaaide ging; en Zijn discipelen plukten aren, en aten ze, [die] wrijvende met de handen.

Mark 2:24 En de Farize�n zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, k wat niet geoorloofd is?

k: Ex 20:10 Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; [dan] zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, [noch] uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;

Mark 2:25 En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat l David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem [waren]?

l: 1Sam 21:6 Toen gaf de priester hem dat heilige [brood], dewijl er geen brood was dan de toonbroden, die van voor het aangezicht des HEEREN weggenomen waren, dat men er warm brood leide, ten dage als dat weggenomen werd.

Mark 2:26 Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, m dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?

m: Lev 24:9 En het zal voor A�ron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een heiligheid der heiligheden uit de vuurofferen des HEEREN, een eeuwige inzetting.

Mark 2:27 En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
Mark 2:28 n Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.

n: Matt 12:8 Want de Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.
Luk 6:5 En Hij zeide tot hen: De Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.

(Visited 3 times, 1 visits today)
Updated: 01/09/2017 — 12:17

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

In de hemel is wél bier ! © 2014 Frontier Theme